Nobyeni.nl

« Februari 2012 »
ZoMaDiWoDoVrZa
     
     
             

Onvoorwaardelijke Liefde

Het is me nogal wat, liefde. En telkens als ik iemand toe durf te geven dat ik eigenlijk geen enkel idee heb, wat mensen er mee bedoelen, liefde, wordt ik voor gek verklaard. En terecht. Alleen autisten weten niet wat dat is, liefde. Liefde is het alles op willen geven, is het kiezen voor iemand anders dan jezelf, is het bij iemand willen zijn. Maar als we dat allemaal zo goed weten, als alle liedjes er van getuigen, waarom baseren we onze economische en politieke samenleving daar dan niet op?

Simpelweg omdat niemand echt weet wat het is. Liefde. We proberen wat. We scharrelen en rotzooien. We geven het weg, we breken het, een hartje hier en een hartje daar. We janken totdat we liters water moeten drinken zodat we niet sterven. We bedrijven het, we laten het lopen, we laten het voor wat het is. Maar altijd blijft het iets ongrijpbaars. Misschien dat we er daarom zo naar op zoek zijn in de westerse wereld. We hebben al het andere al, materie en schoonheid, alles is maakbaar geworden. Daarom verlangen we zo heftig naar dat ene dat we niet vast kunnen houden, dat we verliezen en dat we vervloeken voordat we het weer proberen te vinden.

En dan heb je nog zoiets als onvoorwaardelijke liefde. Dat er geen voor-waardes zijn. Dat de waarde van liefde zelf genoeg is, dat je niet hoeft te voldoen aan bepaalde vereistes. Dat er niets vooraf komt aan de liefde, geen grapjes, geen leugens, geen verleiding. Dat er enkel in het hier en nu de relatie is van het ik en jij. En dat er morgen en overmorgen weer andere dingen zijn. Maar dat de waarde ervan niets meer en niets minder dan liefde is.

De liefde van ouders voor hun kinderen zou onvoorwaardelijk moeten zijn. Maar vaak is dat niet het geval. Enkel omdat het kind het product is van die ouders, krijgt het de liefde. Enkel omdat het kind de ouder als ouder accepteert, krijgt het die liefde. Het is niet onvoorwaardelijk, want het is eindig. Het kan afgekapt, weggegooid en aan de kant gezet worden. Vondelingen worden gelegd, mensen worden verstoten uit hele families. Soms gaan mensen een week op de grond zitten, scheuren ze hun kleren kapot en zeggen ze kaddish, omdat iemand een kind hun kind niet meer is.

Maar je hebt ook mensen die onvoorwaardelijk hun liefde tonen. Die opkomen voor hun medemensen zonder hen te kennen, zonder iets van hen te willen. En het zijn die mensen die dan op hun beurt ontmenselijkt worden, gevangen en mishandeld, onderwijs ontzegd en opgehangen.

Daarom vraag ik me af waarom we het toelaten. Dat moeder Therésa zalig wordt verklaard en aanbeden. Dat we jonge mensen die strijden voor rechtvaardigheid pas erkennen wanneer we ze op de voorpagina zien afgebeeld met een geweer in hun handen. Dat jonge bahá’ís die handen en voeten geven aan het ideaal van gelijkwaardigheid en universele educatie systematisch vervolgd worden, en de wereld verankerd blijft in een diplomatiek machtsspel.

Ik kan niet beoordelen hoe en wat en wanneer iets onvoorwaardelijk is. Ook als je martelaarschap nastreeft zijn je handelingen niet onvoorwaardelijk. Daarom is het zo ongrijpbaar, en pas na de opoffering, pas nadat je de kans hebt gehad om jezelf te redden van de ondergang en dan toch voor je liefde voor gerechtigheid te kiezen, dan pas kun je iets beoordelen. Misschien. Maar waarom zouden we wachten op die opoffering?

Nicole
22 juni 2011